Eenzijdige wijziging van de arbeidsovereenkomst

Voor de (eenzijdige) wijziging van de arbeidsovereenkomst, zijn er voor de werkgever een aantal mogelijkheden. In het kort zijn er drie artikelen op basis waarvan de rechter die eenzijdige wijziging van de arbeidsovereenkomst toetst:

  • Artikel 7:611 BW (goed werkgeverschap)
  • Artikel 7:613 BW en;
  • Artikel 6:248 lid 2 BW.

Wijziging arbeidsovereenkomst – Artikel 611 Eenzijdige wijziging arbeidsovereenkomst

Bij art. 7:611 BW wordt er in de jurisprudentie uitgegaan van een eenzijdige wijziging van de arbeidsovereenkomst wanneer er géén wijzigingsbeding is overeengekomen door werkgever en werknemer. Voor beoordeling op basis van dit artikel, wordt door rechters gekeken naar de criteria in het arrest Stoof/Mammoet.
Volgens Stoof/Mammoet dient er bij een eenzijdige wijziging gekeken naar:

  1. Er dient sprake te zijn van gewijzigde omstandigheden in het werk;
  2. welke omstandigheden aanleiding kunnen geven voor de werkgever om wijziging voor te stellen en;
  3. dit zal een redelijk voorstel moeten zijn.

In dit arrest wordt ook toegelicht dat in tegenstelling tot art. 7:613 BW, art. 7:611 BW bedoelt is voor de eenzijdige wijziging bij de individuele werknemer. Ook volgt uit de jurisprudentie dat overleg tussen partijen over het wijzigingsvoorstel erg belangrijk kan zijn voor de beoordeling door de rechter (Ktr. Heerlen 28 mei 2009, LJN: BI8757).

 

Wijziging arbeidsovereenkomst – Artikel 613

Artikel 7:613 BW behandelt de eenzijdige wijzigingen in de arbeidsovereenkomst op basis van een, tussen partijen, gesloten wijzigingsbeding (in de arbeidsovereenkomst).

Artikel 7:613 BW geeft: “De werkgever kan slechts een beroep doen op een schriftelijk beding dat hem de bevoegdheid geeft een in de arbeidsovereenkomst voorkomende arbeidsvoorwaarde te wijzigen, indien hij bij de wijziging een zodanig zwaarwichtig belang heeft dat het belang van de werknemer dat door de wijziging zou worden geschaad, daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken”

Bij een eenzijdige wijziging van de arbeidsovereenkomst, zal de rechter toetsen of er sprake is van een zwaarwegend belang dat zwaarder weegt dat het belang van de werknemer, waarbij alle omstandigheden van het geval worden meegenomen.

Het art. 7:613 BW lijkt volgens arrest Ex-VNU Werknemers c.s./Wegener c.s. betrekking te hebben op wijzigingen in arbeidsvoorwaarden, niet slechts ten opzichte van individuele werknemers, maar ten opzichte van meerdere werknemers.

Wijziging arbeidsovereenkomst – Artikel 248 lid 2

Het criteria van artikel 6:248 lid 2 BW is van toepassing in de gevallen waarbij géén wijzigingsbeding is gesloten tussen werkgever en werknemer(s) en de werkgever een eenzijdige wijziging wil doorvoeren voor meerdere werknemers.
Uit de jurisprudentie (Frans Maas-arrest) volgt dat art. 6:248 lid 2 BW een zwaardere toets door de rechter oplevert dan de toets bij art. 7:611 en 7:613 BW.

Het artikel geeft: “Een tussen partijen als gevolg van de overeenkomst geldende regel is niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.”

De toets is zwaarder, omdat de werkgever moet onderbouwen dat het ongewijzigd laten van de arbeidsovereenkomst(en) onaanvaardbaar is naar mate van redelijkheid en billijkheid.